WIST U DAT:

malenMolen De Grauwe Beer niet in 1604 maar 10 jaar later in 1614 gebouwd blijkt te zijn.

Met “De Grauwe Beer”, ook wel “de Oude Beer” of kortweg “De Beer” genoemd, niet een bruine beer c.a., maar een mannelijk varken wordt bedoeld? ( Dat de eerste Beeselse eigenaar ook Baer heette, is geen associatie met de molennaam! ).

In deze molen met draaibare kap voor het eerst het krukas principe is toegepast om aldus de draaiende beweging van het wiekenkruis om te kunnen zetten in een op en neer gaande beweging, noodzakelijk om de zaagramen aan te drijven?

De Grauwe Beer daarom genoemd wordt als zijnde de eerste houtzaagmolen-bovenkruier in Nederland.

De molen heeft gestaan aan de Zaan in het Westzijderveld in Zaandam en toentertijd een stellingmolen was.

kropgatHij na vele jaren noeste arbeid als stammenzager in 1891 tot stellinghoogte werd afgebroken en “smartelijk” werd verbannen naar het Limburgse Beesel.

Door W. Buijs Pz. daarover in 1889 een schitterend gedicht is geschreven: “Overdenkingen van den Molen “DE GRAUWE BEER“ en een hartelijk vaarwel aan de Zaanstreek en Zaandam, bij zijn smartelijke verbanning naar Limburg” ( ’t Zaanlands Nieuws en Adv. Blad ) (klik hier)

De molenromp in onderdelen over water naar Beesel is vervoerd en aldaar door een plaatselijke timmerman is herbouwd en omgebouwd tot korenmolen.

De stelling- houtzaagmolen zo doende in een achtkante beltkorenmolen veranderde.

De toenmalige eigenaar naast boer en bierbrouwer nu ook molenaar was en de bijnaam “de Driedubbele” heeft gekregen.

bewegingEén korenmolen een leefgemeenschap van 2000 zielen, mensen met hun vee, van voldoende meel(producten) kon voorzien.

De molen in 1944 door oorlogsgeweld zwaar werd beschadigd echter werd gerestaureerd en in 1953 feestelijk in gebruik werd genomen.

Vervolgens niet veel meer werd gebruikt, ernstig in verval raakte en een droevig einde nabij was.

De molen in 1974 werd aangekocht door advocaat Mr. Joep Derckx die er uiteindelijk in slaagde de “Beer” te laten restaureren en op voorspraak van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg te verplaatsen naar de oevers van de Maas.

Dit van belang was voor het behoud van een goede molenbiotoop en daarmee het functioneren en behouden van de molen.

draaienOp 8 oktober 1983 de feestelijke her- ingebruikname plaatsvond en sindsdien op vrijwillige basis nagenoeg iedere zaterdag in bedrijf en vrij te bezichtigen is.

Er instructie wordt gegeven aan zij die graag vrijwillig molenaar of molengids willen worden en lid zijn van het Gilde van Vrijwillige Molenaars.

In 1984, 1993, 1995, 2003 en 2011 door het buiten haar oevers treden van de Maas de onderbouw van de molen in ‘t water is komen te staan tot wel 1.20 m. als hoogste stand.

Nu, op initiatief van Gemeente als eigenaar, de molen andermaal  verplaatst is hopen we dat daarmee verdere schade als gevolg van overstromingen in de toekomst, voorkomen zal worden.